Maas

Ommetje kop van Malden

In het Rijk van Nijmegen vind je tal van prachtige natuurgebieden en wandelroutes welke in elk seizoen de moeite waard zijn. In tijden van corona wil je het Rijk (van Nijmegen) natuurlijk wel het liefst voor je alleen! Daarom werken we samen met De Gelderlander om rustige alternatieven aan te bieden voor de bekende plekken en routes. Bekende Gelderlanders Margot Ribberink (voormalig weervrouw en klimaatdeskundige) en Ap Dijksterhuis (schrijver, spreker, hoogleraar en ondernemer) schreven vanaf februari 2021 elke week een column over een door hen gewandelde wandelroute in het Rijk van Nijmegen, de regio Arnhem en op de Veluwe. Hieronder lees je de column van Ap Dijksterhuis over zijn ervaringen met het Ommetje Kop van Malden.

De Kop van Malden door Ap Dijksterhuis

Even uitwaaien, bewegen, je gedachten verzetten in de natuur, zeker in deze tijd is dat voor veel mensen belangrijk. Maar het zal niemand ontgaan zijn, het is druk in de natuur. Speciaal voor de Gelderlander heeft Visit Nijmegen 10 wandelingen door onze mooie provincie uitgezocht die bijzonder de moeite waard zijn en waar het niet zo druk is. Margot Ribberink (weervrouw) en Ap Dijksterhuis (psycholoog), beiden verwoed wandelaar, liepen de routes en delen hun ervaringen.

Lees verder

De aap in ons hoofd

In een uitgerust hoofd volgen verschillende gedachten elkaar in een kalm tempo op, zoals een aap die rustig van boom naar boom slingert.

In mijn hoofd is het een voliére. Of, om bij de metafoor van de apen te blijven, een chimpanseeverblijf in een dierentuin waar het eten is uitgedeeld en ruzie is uitgebroken. Ik twijfel over een nieuw boekproject, ik moet morgen een zwaar gesprek voeren, en ik heb een vreselijk drukke week achter de rug. Ach, wie niet?

Wandelen is de beste remedie om weer orde te scheppen in mijn hoofd. In Malden parkeer ik mijn fiets bij Coffyn Koffiehuis en Branderij aan de Rijksweg, ik steek over, en loop de Elleboog op waar laatste plakken sneeuw liggen. Weinig dingen zijn aangenamer dan verse sneeuw. Niets is zo puur. Je wilt erin gaan liggen, je hoofd erin steken, als kind wil je het oplikken. In de stad verandert de sneeuw al snel in donkergrijze smurrie, of, door de vele honden, in afzichtelijke gele papier-maché. Hier is de sneeuw nog wit.

Ik loop over een klein industrieterrein waar ik een metalen hek nader dat er van afstand onneembaar uitziet, maar als ik vlakbij ben zie ik dat ik er langs kan en na een korte passage door een bos sta ik ineens aan het Maas-Waalkanaal. Tweehonderd meter verder loopt een vrouw met een hond (laat hem gewoon tegen een boom piesen mevrouw, en niet in de laatste sneeuw) en dat is alles. Ik ben alleen en even hoor ik de stilte. Terwijl ik langs het kanaal wandel hoor ik het diepe, rustgevende gebrom van een vrachtschip dat door het water klieft. Hij haalt me in.

Als ik het kanaal verlaat passeer ik een voormalige brouwerij. Ik merk dat ik het jammer vind dat in het fraaie pand geen brouwerij meer huist. Brouwerijen horen überhaupt niet voormalig te zijn. Dan sla ik het Brouwerijpad in en vraag me af of dit pad dan eigenlijk niet ook ‘Voormalig brouwerijpad’ zou moeten heten. Nu schept het maar verwachtingen. Met voldoening constateer ik dat mijn hoofd tot rust komt. Als er voldoende ruimte is voor dit soort flauwekulgedachten ben ik op de goede weg.

Ik wandel door plassen en blubber met naast me een afzetting met verweerde ongelijke paaltjes die me terugbrengen in de negentiende eeuw – zolang ik niet naar links kijk, want daar zie ik de eerste Nijmeegse flats – en dan loop ik over de oprijlaan van Villa Elshof, een schitterend buitenhuis uit 1864. Even droom ik over de tijd van mannen in driedelig zwart en vrouwen in japonnen en hoepelrokken.

Dan ruk in me los, wandel in de richting van de rijksweg en langs de velden van VV Union waar mijn zoon tien jaar geleden triomfen vierde. Links staan paarden in dekens gehuld wezenloos te staren. In de modder waarin ze staan is niets te eten. Via bospaden die hopelijk snel weer beter begaanbaar zijn bereik ik het verdwenen vliegveld. Een bordje met tekst en uitleg vertelt me dat de geallieerden hier in ruim twee weken ‘Airstrip B91’ neerlegden om de oversteek van de Rijn te bespoedigen. Peinzend kijk ik naar de foto van een vliegtuig van de Royal Air Force dat opstijgt en dankbaar wandel ik de laatste honderd meter terug naar Coffyn.

Mijn gedachten gaan als een kalm slingerende aap door mijn hoofd.